Kerk zonder dak

Veertig jaar lang was Albanië één van de meest gesloten landen ter wereld.

Het communisme vierde hoogtij en elke vorm van religie was ten strengste verboden. In 1991 gingen de grenzen dan eindelijk open. Barth en Mathilde Companjen waren erbij en mochten als één van de eerste zendingswerkers een weg banen in deze prille democratie. Een bijzonder avontuur dat ze graag met ons delen.

Het is zowaar gelukt om tijd te vinden voor een interview in de volle agenda van het zendingsechtpaar. Vorige week waren ze nog in Duitsland voor een conferentie en aankomend weekend vliegen ze beiden weer uit. De één naar Zwitserland voor een studiedag over leiderschap, de ander naar Albanië, voor een kort bezoek aan het land waar de Companjens jarenlang gewerkt hebben. Maar tijdens het interview is niets te merken van haast. Met een Zuid-Europese relaxtheid vertellen ze me graag over het land dat zich diep in hun hart genesteld heeft.

Kerk zonder dak

“Het begon allemaal in 1982 tijdens een toeristische reis naar Albanië,” vertelt Barth. “Het land was toen nog gesloten. Slechts een beperkt aantal toeristen mocht in groepen naar binnen, onder begeleiding van een gids die door de overheid aangewezen was. Die reizen stonden bol van de propaganda en er was nauwelijks gelegenheid om met de lokale bevolking in contact te komen. Toch werden we gegrepen door de mensen, de prachtige natuur en de mysterieuze geslotenheid. Hier wilden we meer van weten!” In de jaren die volgden, hebben Barth en Mathilde het land vaker bezocht en bijzondere momenten beleefd. Mathilde: “Tijdens een christelijke groepsreis kwamen we bij de ruïne van een kerk. We hebben de gids met een smoesje weggestuurd en toen stiekem met de groep avondmaal gevierd en gebeden voor het land. Dat was zó bijzonder. De kerk zonder dak symboliseerde de open weg tot God die we zo verlangden voor dit gesloten land”.

“Ze wilden weten wie die God was waar ze nooit in mochten geloven.”

Historisch moment

Die open weg kwam er! In 1991 stortte het communistische regime in. Via een Albanese ambassadeur kreeg het netwerk van christelijke organisaties waar Barth en Mathilde bij betrokken waren, toestemming om de open grenzen te vieren met een feestelijke campagne. Barth: “Het grootste stadion in Tirana werd aan ons uitgeleend en de Albanese bevolking kwam er vol nieuwsgierigheid op af. Ze wilden weten wie die God was waar ze nooit in mochten geloven. De bijeenkomst werd door één cameraman gefilmd, maar haalde de televisie van Tirana en de uitzendingen van de EO. Het was een historisch moment, en voor ons een droom die uitkwam!”

Pionieren

Tijdens de campagne kwamen de eerste Albanezen tot geloof en Barth en Mathilde kregen het druk. Mathilde: “We verhuisden met onze vier dochters naar Griekenland, dicht bij de Albanese grens, waarvandaan we het zendingswerk in Albanië konden coördineren. Er werden gemeentes gesticht, een christelijke uitgeverij opgezet en ook een bijbelschool. Het was echt pionieren, want Albanië was arm en er was haast niets verkrijgbaar. We brachten voor de veldwerkers voedsel en post het land in, maar ook printers en cartridges. Er waren toen nog nauwelijks auto’s. Als wij met een busje door het land reden, waren we een bezienswaardigheid, zeker met een vrouw achter het stuur!” lacht ze. Het werk was niet zonder risico’s. Regelmatig werden er onderdelen van de auto gestolen. “Later vonden we autospiegels terug in de badkamer bij mensen thuis. Het was soms de enige spiegel die ze hadden.” Barth en Mathilde begonnen de zendingsorganisatie Ancient World Outreach, die zich later als Nederlandse afdeling aansloot bij International Teams.

Duizend onderbroeken

Zo dicht bij Albanië maakte het echtpaar niet alleen de eerste fase van een vrij land mee, maar ook de bloei van een jonge kerk. Mathilde:“We gingen met Nederlandse groepen het land in om te evangeliseren en praktische hulp te bieden, zoals bij het opknappen van schooltjes. Ook startten we een gastenverblijf in Thessaloniki waar zendelingen uit Albanië konden uitrusten, elkaar konden ontmoeten en zelfs konden bevallen. Er zijn wel 26 baby’s geboren!” Twee keer maakte het echtpaar een heftige periode mee. Barth: “In 1997 ontstonden er rellen in het land na het omvallen van pyramidespelen. Veel zendelingen moesten hals over kop vluchten. Toen zat ons gastenverblijf ineens stampvol met getraumatiseerde mensen. Daar hadden we geen ervaring mee, maar we hielpen waar we konden. Twee jaar later was er weer een crisis, toen brak de Kosovo-oorlog uit. Duizenden Kosovaarse vluchtelingen werden door Macedonië in omliggende landen gedumpt, waaronder Albanië. De jonge kerk in de Albanese stad Erseka ving de vluchtelingen liefdevol op.”

“Toen zat ons gastenverblijf ineens stampvol met getraumatiseerde mensen.”

Mathilde kan zich de noodtoestand nog goed herinneren: “Die mensen hadden niets anders dan de kleding die ze droegen. Er was grote behoefte aan voedsel en schoon ondergoed. Ik ben naar de markt gegaan om duizend onderbroeken te kopen. Die verkoper begreep me niet en dacht dat ik er tien bedoelde. Hij kon niet eens tot duizend tellen. Hij heeft toen alles bij elkaar gegraaid en zijn hele kraam aan ons verkocht.”

Eerste liefde

Dertien jaar geleden besloot de familie Companjen terug te keren naar Nederland. Nu dragen de twee pioniers zorg voor het uitzenden en coachen van andere zendelingen van International Teams. Niet alleen naar Albanië en de Balkan, maar ook naar landen als Ecuador, Zimbabwe, Soedan, Duitsland en Frankrijk. Zo wordt er nog regelmatig de wereld over gereisd. “Toch is Albanië altijd onze eerste liefde gebleven,” zegt Barth dromerig. “De ruige bergen in het oosten zijn prachtig. In het voorjaar is het één grote bloemenzee. Verder heeft het land veel oude steden en een heerlijke keuken. Maar het mooiste vind ik de manier van leven van de mensen. Albanezen zijn echte levensgenieters. Tijd heeft een andere waarde.” En dan lachend: “We zijn zelf ook aardig besmet geraakt met die Balkan-mentaliteit.”

Barth en Mathilde kunnen dankbaar terugkijken op de vruchten van hun werk. Mathilde:“Het land is 40 jaar afgesloten geweest van God. Maar nu zijn er naar schatting zo’n 7000 tot 9000 christenen, verdeeld over ongeveer 200 kerken. Die ontwikkeling hebben we van dichtbij mogen meemaken en dat vergeet je nooit meer.”

Tekst Henrike Joziasse