Huttentrektocht: De Stubaier Höhenweg

Een echte Alpenklassieker: van hut naar hut over de Stubaier Höhenweg in het Oostenrijkse Tirol. Daar waar de Alpen in de Dolomieten overgaan, vind je groene almen, kleine gletsjer-meertjes en indrukwekkende toppen. In weer en wind de bergkam over, om ’s avonds knus bijeen te kruipen in een Lager, een zaaltje met een rij matrassen naast elkaar. Een stevig bergontbijt maakt de gemiste nachtrust helemaal goed.

De Stubaier Höhenweg start in Neustift, dat zoals zoveel Alpendorpjes herkenbaar is aan de uivormige kerktoren. Na drie uur stijgen komt de Starkenburger Hütte in zicht, de eerste van acht hooggelegen herbergen. De volgende dag begint het echte ‘werk’: alpenweiden maken plaats voor rotsen en puinhellingen. Een smalle kloof leidt naar de oude Frenz Senn Hütte. Vandaar voert de hoefijzervormige route langs diverse meertjes, een merkwaardig moeras, een bijzondere waterval en de uitlopers van de Sulzenau gletsjer. Het afwisselende landschap maakt deze tocht dan ook tot een van de populairste Alpenroutes in Oostenrijk. Een groep van 16 jonge wandelaars stort zich in het avontuur.

Stuiterende broodballen

Miezerig weer, nog geen honderd meter zicht: waarom zijn we ook alweer aan deze expeditie begonnen? Misschien dat Wilco Ras (24), reisleider en pas afgestudeerd psycholoog, de groep moed kan inpraten. Gelukkig wacht ons een warm onthaal in de berghut. ’s Avonds schotelt de waard de heerlijkste gerechten voor. Alleen de Knödel valt wat tegen. Niet iedereen in de groep waagt zich aan deze stuiterende broodballen.

De volgende ochtend kunnen de Bergsteigern geen stap zetten zonder dat de spieren protesteren. Een ontbijt doet wonderen. Wat wil je, met zulk brood! Wilco: “Van dat machtige, droge brood waarbij je liters thee moet drinken om het nog een beetje doorgeslikt te krijgen.” Droog of niet, de vezels doen hun werk: al snel worden zonder problemen pirouettes gedraaid op modderige bergschoenen.

Drieduizenders

Ook in het Stubaital geldt: na regen komt zonneschijn. Het donkere massief van de Gamsspitzl steekt af tegen een strakblauwe lucht. Na een pittige klim naar de top van deze drieduizender, worden de wandelaars getrakteerd op een prachtig panorama. “Een moment om stil van te worden,” aldus Wilco. Maar dit absolute hoogtepunt is niet het hóógste punt van de tocht: de Wilde Freiger brengt ons met 3418 meter het dichtst bij het hemeldak.

Gedeeld leed

Een huttentrektocht is voor doorzetters. Die zijn er in verschillende soorten en maten: “De één rent als een berggeit de berg op. De ander strompelt puffend en stomend naar beneden.”

Naast fysieke gehardheid bestaat er ook zoiets als mentaal uithoudingsvermogen. Wanneer we het zoveelste gletsjermeer passeren, wordt de verleiding te groot en wagen we ons aan een duik. Één van de deelnemers laat zich niet uit het veld slaan en blijft zonder enig probleem een minuut in het ijskoude water dobberen…

In de avonduren zorgt gedeeld ‘leed’ voor een goede sfeer: gezellige gesprekken, een spelletje (of drie, vier) en dat alles op grote hoogte. En ach, die poepdozen en koude douches nemen we op de koop toe.