Wintersportliefhebber versus scepticus

Wintersport.. je hebt er iets mee of je hebt er niets mee. Ik ben van het tweede soort. Volgens mij is het een soort vakantie waar je mee opgegroeid moet zijn. Net zoals bijna elk soort vakantie trouwens. Hoe vaak blijkt wel niet dat de manier van vakantiebeleving wordt overgedragen op zoon of dochter? Ga je op vakantie met je schoonfamilie, dan kom je er opeens achter waarom je relatie niet vooruit te branden is tijdens een vakantie.. Pa en ma zijn precies zo!

Dit was onlangs het gespreksonderwerp tussen mij en collega L. Zij gaat elk jaar met haar familie op wintersport. Partners incluis. Die zijn er net zo gek van als de rest. ‘Vertel mij eens’, vroeg ik, ‘wat is er nou zo leuk aan dat wintersporten.. ik heb er helemaal niks mee.’ En toen kwam er toch wel een heel gezellig verhaal dat mij toch bijna over de streep trok om toch misschien een keer zo’n wintersportreis te maken..

Ik had zo bleek een aantal verkeerde beelden bij wintersport. Mijn idee was als volgt: je wordt wakker, knoopt een paar latten of een board onder je voeten, gaat naar een lift en je wordt omhoog gehesen.. Ben je bovenaan? Dan zoef je in een kwartiertje naar beneden, en dan begint het opnieuw.
‘Nee joh.. lachte collega L., dat zou saai zijn’, en ze pakte er een kaart bij van een wintersportgebied met allerlei gekleurde strepen. ‘Je gaat samen met elkaar bekijken welke van de vele routes je die ochtend gaat nemen. Je spreekt een punt af waar je elkaar onderweg gaat ontmoeten voor bijvoorbeeld de lunch. Je bent met een route soms wel een hele dag of dagdeel bezig.’

Oh denk ik bij mezelf, dat wist ik niet. Dat maakt het toch iets minder suf dan ik dacht.. Maar goed, dan nog… is het niet saai de hele dag hetzelfde? L: ‘Nee.. De volgende dag kun je toch weer een andere route gaan verkennen. En kijk’, ze pakt nog eens dat kaartje van het wintersportgebied met al die kleurtjes tevoorschijn. ‘Je kunt ook een keer een langlaufroute nemen of een winterwandeling gaan maken.’ Oke, oke.. ik kan me ook wel voorstellen dat de omgeving er prachtig uit moet zien. Witte sneeuw, groene dennenbomen, blauwe lucht en allemaal bergen om je heen. Het lijkt me geen straf om daarin te bivakkeren..

‘Maarehm..’ zeg ik nog maar eens: ‘hoe doe je dat met die ijskoude temperaturen, dat lijkt me toch niet echt comfortabel’. Zij: ‘Geloof maar dat je van wintersporten warm wordt. En je moet je gewoon goed aankleden, dan kun je er prima tegen. Trouwens, mijn moeder haakt altijd halverwege de dag af om lekker te gaan zonnen op het terras. Het weer is er juist heerlijk!’

Tjonge, die vlieger gaat dus ook al niet op. Dan werp ik haar nog een andere onderwerpje toe. Die kleding. Want zo’n pak is toch heel erg dik.. en je moet dikke truien aan. Je zeult je een breuk aan koffers als je wat keuze wilt hebben tijdens je reis. L: ‘Het is juist super fijn dat je tijdens je reis niet hoeft na te denken over wat je aan moet. Je kunt elke dag hetzelfde pak aan. En omdat je je trui alleen ’s avonds draagt, kun je die ook prima een paar dagen achter elkaar aan. Ideaal toch?’

Ik: ‘Oke.. kun jij ook iets bedenken wat misschien toch niet zo leuk aan wintersport?’ L: ‘Ehh nee.. maar je moet wel weten.. als je een keer geweest bent, dan moet je na je reis gelijk weer gaan sparen, want vanaf dan wil je elk jaar.’